In Deventer is een proef gestart met zogenoemde laadlichtmasten: lantaarnpalen waarin een laadpunt voor elektrische auto’s is geïntegreerd. De gemeente Deventer en laadpaalaanbieder Qwello plaatsen in totaal vijftien laadpunten op twaalf locaties verspreid door de stad.
Wethouder Marcel Elferink, verantwoordelijk voor onder meer mobiliteit en netcongestie, nam 16 juli jl. een van de eerste laadlichtmasten in gebruik aan de Albert Johan Gerardsstraat. De grootste locatie binnen de proef is de Jan van Deutecumlaan, waar acht laadpunten worden gerealiseerd.
Met de pilot willen de gemeente en Qwello onderzoeken of laadlichtmasten een geschikt alternatief kunnen vormen voor reguliere laadpalen. De proef duurt een jaar, waarna de resultaten worden geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar onder meer het gebruik, de betrouwbaarheid, het beheer en onderhoud en de ervaringen van inwoners en gebruikers van elektrische auto’s.
Duurzaam en toekomstbestendig
Volgens de gemeente groeit de vraag naar openbare laadvoorzieningen, terwijl de beschikbare ruimte in de openbare omgeving beperkt is. Door laadpunten te integreren in bestaande lantaarnpalen zou het aantal afzonderlijke objecten in de openbare ruimte kunnen worden beperkt en is minder materiaal nodig dan bij de plaatsing van losse laadpalen.
Deventer werkt naar eigen zeggen aan een toekomstbestendig netwerk van openbare laadvoorzieningen voor inwoners, bezoekers en ondernemers. De proef moet inzicht geven in de vraag op welke locaties laadlichtmasten een passende oplossing kunnen bieden naast reguliere laadpalen.
Ook Qwello ziet de pilot als een mogelijkheid om ervaring op te doen met verschillende vormen van laadinfrastructuur. De resultaten van de proef in Deventer moeten bijdragen aan toekomstige keuzes voor de inrichting van openbare laadvoorzieningen.




