Burgemeester Ron König van Deventer heeft ten onrechte twee verdachten van hennepkweek een last onder dwangsom opgelegd die voor de hele gemeente gold. Dat heeft de Raad van State geoordeeld.
De zaak draait om een hennepkwekerij die de politie begin 2023 aantrof in een pand aan de Zwolseweg in Deventer. In het gebouw stonden meer dan zeshonderd hennepplanten.
Burgemeester König wilde het pand op grond van de Opiumwet tijdelijk sluiten. Daar kwam het echter niet van. De eigenaar had de sloten van het pand al vervangen, waardoor de twee verdachten, die het pand huurden, geen toegang meer hadden.
Dwangsom voor drugsbezit in de hele gemeente
König koos vervolgens voor een andere maatregel. Hij legde beide verdachten een last onder dwangsom op die gold voor het volledige grondgebied van de gemeente Deventer.
De twee konden daardoor een dwangsom van 5.000 euro krijgen als zij ergens binnen de gemeente opnieuw met een handelshoeveelheid drugs zouden worden aangetroffen. Met de maatregel wilde de burgemeester voorkomen dat zij op een andere locatie in Deventer opnieuw een hennepkwekerij zouden beginnen.
Volgens de Raad van State ging König daarmee echter zijn bevoegdheid te buiten. Artikel 13b van de Opiumwet geeft een burgemeester volgens de hoogste bestuursrechter de mogelijkheid om op te treden tegen drugshandel of drugsproductie vanuit een specifieke woning of een specifiek pand. Die bevoegdheid kan niet worden gebruikt om iemand persoonlijk een drugsverbod voor een hele gemeente op te leggen.
Eerdere uitspraak teruggedraaid
De rechtbank Overijssel had de burgemeester eerder in het gelijk gesteld. De Raad van State vernietigt die uitspraak nu.
De opgelegde dwangsommen zijn daarmee van tafel. De gemeente Deventer moet bovendien de proceskosten van de twee verdachten vergoeden.




